03-04-16

Achtergrond bij de Leereenheden

Op donderdag 7 april geef ik tijdens ronde 6 een workshop in zaal 5 over de Leereenheden die wij bij het Friesland College écht praktijkgestuurd hebben gemaakt. In deze blog lees je de achtergrond van wat een Leereenheid is en welke onderleggers wij daarvoor gebruiken. Lees het als goede voorbereiding voor de workshop, als verdieping na de workshop, of als extra omdat je gewoon interesse hebt in hoe wij denken dat goed onderwijs eruit zou moeten zien. 

Leereenheden. Zijn het modules? Zijn het projecten? Zijn het thema's? Het is eigenlijk een combinatie van allerlei verschillende elementen die goed passen in het (toekomstige) mbo. Daarbij zijn Leereenheden vooral een uitwerking van ons onderwijsconcept 'Praktijkgestuurd leren'. 

De zes leerprincipes van het onderwijsconcept 'Praktijkgestuurd leren' hebben een duidelijke opbouw en beginnen altijd in een context van praktijk. Dit kan zowel in de echte of in een realistische (gesimuleerde) praktijk zijn. In die context van praktijk worden ervaringen verbonden met (nieuwe) kennis en vaardigheden in een cyclus van doen, reflectie, leren en verdiepen, om dit vervolgens toe te passen. De noodzakelijke verdieping is daarbij belangrijk om te voorkomen dat het oppervlakkig leren wordt. Reflectie vooraf, tijdens en achteraf helpt vervolgens om richting te geven aan de verdieping en het handelen. Begeleiding daarbij is belangrijk om studenten te helpen in het maken van keuzes en het komen tot reflectie. Tot slot volgt er een beoordeling om te leren, of om te verzilveren (Friesland College, 2015).

Dit onderwijsconcept kent twee verschillende uitingen binnen het Friesland College: Praktijkroutes (waar ook een workshop over zal worden gegeven) en de Leereenheden. 

Een Leereenheid is een samenhangend geheel van onderwijsactiviteiten, gericht op het binnen een bepaalde periode realiseren van een helder omschreven resultaat in termen van kennis, vaardigheden en gedrag waarbij een praktijkopdracht centraal staat (Friesland College, 2015). Er wordt gewerkt vanuit de didactische principes van FC-Sprint² (Deutekom, 2014) en de zes leerprincipes van het onderwijsconcept 'Praktijkgestuurd leren'. Deze uitgangspunten heb ik aan elkaar gekoppeld om zo tot vier belangrijke kenmerken te komen die spelen bij het vormgeven en werken met Leereenheden. De vier kenmerken zijn: een samenhangend geheel van onderwijsactiviteiten, de praktijksturing, hoge en heldere verwachtingen, feedback en reflectie. 

Voor mijn masterstudie heb ik o.a. onderzoek gedaan naar de onderbouwing van een Leereenheid en ik zal daar een aantal korte fragmenten van delen om een indruk te geven van de vier belangrijkste kenmerken: 

Een samenhangend geheel van onderwijsactiviteiten
Een leereenheid is een samenhangend geheel van onderwijsactiviteiten gericht op de uitvoering van een praktijkopdracht. Het idee van deze gerichte samenhang komt voort uit het vier-componenten model (four-component instructional design system), kortweg het 4C/ID-model van Jeroen van Merriënboer (Van Merrienboer, Clark, & de Croock, 2002). De leereenheden zijn een specifieke uitwerking van dit model, aangepast aan het ‘Praktijkgestuurd leren’ van het Friesland College.

Het 4C/ID-model wil kennis, vaardigheden en gedrag integreren door betekenisvolle opdrachten centraal te stellen waarbij de opdrachten altijd complete en complexe taken zijn. Hierdoor voorkom je fragmentatie van kennis en bevorder je de verbinding van de geleerde kennis, vaardigheden en gedrag met de praktijk. 

Praktijksturing 
Iets leren en toepassen in situatie A om dit vervolgens ook toe te kunnen passen in situatie B. Zo beschrijven Perkins en Salomon het begrip transfer (Perkins & Salomon, 1988). Daar waar het beroepsonderwijs opleidt voor een beroep is dit van groot belang. Wanneer studenten op school iets hebben geleerd en dit daar ook kunnen toepassen is het zinvol dat ze, wanneer ze in de praktijk komen te werken, diezelfde kennis, vaardigheden en houdingsaspecten weer kunnen inzetten voor (herkenbare) activiteiten in het werk. 

Hoge en heldere verwachtingen
Studenten zullen nooit beter presteren dan dat de docent van ze verwacht (Deutekom, 2014). Dit is een uitgangspunt van FC-Sprint², de onderwijsaanpak die geschreven is door Jan Deutekom en door het Friesland College wordt aangehaald als het gaat om het kenmerk ‘hoge en heldere verwachtingen stellen’ bij het vormgeven van leereenheden. Deutekom stelt dat wanneer docenten hoge verwachtingen hebben van hun studenten deze er ook naar zullen streven en handelen. 

Feedback en reflectie
Het doel bij feedback zou moeten zijn om de verschillen te verkleinen tussen waar de studenten zijn in het leren en wat ze hopen te bereiken (Sadler, 1989). Als studenten dan effectieve feedback ontvangen over hun leren kan dat de snelheid van het leren bijna verdubbelen volgens John Hattie (Hattie, 2014)Daarbij onderscheidt Hattie drie verschillende niveaus van feedback. Feedback op taakniveau omvat feedback over hoe goed de taak wordt uitgevoerd. Op procesniveau gaat het om feedback die specifiek is voor de processen die ten grondslag liggen aan de taak. Zelfregulatie is een vorm van feedback waarbij de student zelf de kwaliteit en het proces kan bewaken. 

Reflecteren is meer dan terugkijken naar iets dat is geweest. Het is een middel om het leren te sturen en het handelen te verbeteren. Door reflectie krijg je inzicht in je handelen om vervolgens na te denken over hoe je het beter kunt doen in de toekomst (Mittendorf, 2015).
Een belangrijke vereiste voor een effectief reflectieproces (waar ontwikkeling uit voort komt) is dat het een bewuste activiteit is die doelgericht wordt ingezet (Vos & Vlas, 2000).

Deze vier belangrijkste kenmerken van een Leereenheid heb ik nog verder uitgewerkt, maar deze fragmenten geven hopelijk al een beeld. Ben je benieuwd geworden hoe dat er dan in de praktijk uitziet en hoe wij dat écht praktijkgestuurd hebben gemaakt (en jij dat zelf ook kunt doen)? Kom dan naar de workshop of neem contact met mij op om eens een kijkje in onze keuken te nemen!


_________
Referenties
Friesland College. (2015). Onderlegger Leereenheden. Friesland College, OP&I. Leeuwarden: Friesland College.
Friesland College. (2015). Principes van praktijkgestuurd leren op het Friesland College. Friesland College, OP&I. Leeuwarden: Friesland College.
Deutekom, J. (2014). FC-Sprint2 Grenzeloos leren. In J. Deutekom, FC-Sprint2 Grenzeloos leren. Amsterdam: Boom.
Merriënboer, J. J. (2005, September 1). Grondslagen en ontwerpprincipes van het 4C-ID-model. Opgeroepen op December 1, 2015, van Onderwijs- en Leerwetenschappen : http://dspace.ou.nl/bitstream/1820/1614/1/LeerstoelVerhaegen.pdf
Perkins, D., & Salomon, G. (1988, September 1). Teaching for transfer. Opgeroepen op December 7, 2015, van ASCD: http://www.ascd.org/ASCD/pdf/journals/ed_lead/el_198809_perkins.pdf
Sadler, R. (1989). Formative assessment and the design of instructional systems . Instructional Science , 119-144.
Hattie, J. (2014). De impact van Leren zichtbaar maken. In J. Hattie, De impact van Leren zichtbaar maken (pp. 311-318). Rotterdam: Bazalt.
Mittendorf, K. (2015, Oktober 12). Reflecteren. (K. Mittendorf, Uitvoerend artiest) Grand Café, Leeuwarden, Friesland, Nederland.
Vos, H., & Vlas, H. (2000). Reflectie en actie. Twente: Universtiteit Twente.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten